Een “navy blue” exemplaar (uiteraard, het gaat hier over
uniformen) dat zowel stijlvol als comfortabel is, dat tegen regen kan en
bescherming biedt tegen (vries)kou. It’s mine. Tot zo’n zeven jaar geleden was
het m’n droomjas: in het secundair onderwijs was ik namelijk verplicht een
uniform te dragen.
Uniform blues
Hoe die lelijke jas dan op mijn schouders terechtgekomen is?
Op m’n dertiende kreeg ik een (toen) prachtige “michelinjas”* van het merk
“Oliver Scott” (toen een immens populair merk bij jongeren). De jas was gevuld
met pluimpjes, wat hem heel warm maakte maar tegelijk ook zeer fragiel. Bij het
wassen moest je namelijk een tennisbal mee in de wasmachine steken zodat de
pluimpjes niet aaneen zouden klitten. Dat bleek toch niet zo’n effectieve
methode want de jas kwam toch als een pluimbal uit de was. Bye bye coole jas,
(verplichte) welkom aan de lelijke ski-jas die m’n zus zelf niet wilde aandoen
en die m’n moeder niet ongedragen in de kast wilde laten hangen. Enfin,
uiteindelijk heb ik er vijf of zes jaar mee rondgelopen, dik tegen mijn zin.
| dik oké, de dikke voering |
Freedom
Groot was (logischerwijs) de euforie op m’n achttiende toen
ik naar de hogeschool ging en niet langer uniform hoefde te dragen. Ik zwoer
marineblauw af (voor eeuwig, dacht ik toen) en kocht mezelf een zwarte,
elegante, geklede jas. Twee jaar later schafte ik me een dik, kakigroen,
parka-achtig exemplaar aan. Nog eens twee jaar later werd de collectie
aangevuld met een beige trenchcoat.
Die groene – de meest gedragen van de drie, omdat hij het
warmste is – was aan vervanging toe. Na zes winters was de ritssluiting half
losgekomen, de split achteraan aan het doorscheuren en zaten er halve gaten in
de stof. Een vervanger vinden bleek niet zo eenvoudig te zijn: een betaalbaar
exemplaar, in die zin dat de prijs de looks en kwaliteit van het kledingstuk
verantwoordt, leek onvindbaar.
Uiteindelijk viel mijn oog op deze (zie hierboven) gedroomde uniformjas. De
jas waarvoor ik m’n eigen eed (will never wear navy bleu again) heb verbroken.
Misschien was nostalgie m’n drijfveer; een zekere heimwee naar m’n
studententijd en het bijhorende luilekkerleven. Of misschien heb ik ingezien
dat marineblauw echt mooi is. Te mooi om ongedragen in de winkel te laten
hangen, vooral als het gaat om een blauwe jas die mooi en warm is én voorzien
van de perfecte snit.
* i.e. Die lijkt op de mascotte van het bandenmerk Michelin:
een jas met banden, dus.
No comments:
Post a Comment